Het voorzorgsprincipe is een leidend principe in de politiek van Europa, maar het blokkeert en vertraagt innovatie. In het huidige geopolitieke klimaat kan de EU zich geen voorzichtigheid meer veroorloven. Laat niet angst, maar lef leidend zijn.
Europa is gebouwd door mensen die risico’s namen. Mensen die de oceaan overstaken, die spoorlijnen aanlegden, die kunstmest ontwikkelden, die vaccins maakten, die kerncentrales neerzetten. Mensen die geloofden dat de toekomst beter kon zijn dan het verleden.
Maar ergens in het midden van de vorige eeuw veranderde onze houding tegenover vooruitgang. We werden bangig, en het voorkomen van potentiele schade werd belangrijker dan het creëren van mogelijkheden. Dat is onder andere terug te zien in een analyse van de vibe van miljoenen boeken, artikelen en essays vanaf 1700. Waar eeuwenlang woorden als toekomst, vooruitgang, kans en mogelijkheid centraal stonden, horend bij een cultuur die geloofde dat de wereld beter kon worden, is dat beeld sinds de jaren negentig van de vorige eeuw omgeslagen. Moderne teksten zijn plots verzadigd met woorden als risico, dreiging, grens en voorzichtigheid. We zijn verworden van een samenleving die de toekomst als kans zag, naar eentje die de toekomst als risico ziet.
Deze cultuur van voorzichtigheid is verankerd in het zogenaamde voorzorgsprincipe, dat uitgroeide tot een fundament van de Europese Unie. Het voorzorgsprincipe zoals gebruikt in de EU, houdt in dat een innovatie pas de markt om mag als de innovator heeft aangetoond dat het geen enkel negatief effect heeft op de mens en de omgeving (for the record: dit is een veel striktere interpretatie van hoe het voorzorgsprincipe oorspronkelijk bedoeld was. Het oorspronkelijk principe hield vooral in dat er bij onzekerheden tijdelijk maatregelen genomen moesten worden, tot er meer kennis was). In de EU is bij innovaties de eerste vraag, ‘wat zijn de risico’s’ in plaats van ‘wat brengt het ons’.
Dat was de afgelopen, zeg halve eeuw, geen groot probleem. Europa was rijk. De Verenigde Staten zorgden voor onze veiligheid. Energie uit het Midden-Oosten was goedkoop. Voedsel was overvloedig beschikbaar. Als een innovatie vijf of tien jaar vertraging opliep, veranderde er weinig.
Maar die wereld bestaat niet meer. Europa wordt geconfronteerd met geopolitieke rivaliteit, een vergrijzende bevolking, stagnerende productiviteit, toenemende afhankelijkheden en een steeds hardere mondiale technologiewedloop. Om deze problemen te lijf te kunnen, kunnen we niet telkens blijven steken bij de vraag hoe risico’s te voorkomen? Nee, het wordt tijd dat we risico’s weer aanvaarden om Europa weerbaar en duurzaam te maken, dat we weer lef tonen om het maximale uit innovaties te halen.
Een paar voorbeelden:
Kunstmatige intelligentie. Het debat rond AI focust zich vooral op privacy, auteursrechten en energiegebruik. Dat zijn belangrijke onderwerpen. Maar minstens zo belangrijk is de vraag hoe we de mogelijkheden die AI wel degelijk biedt maximaal gaan ontgrendelen, bijvoorbeeld in medicijnontwikkeling en wetenschap. Hoeveel levens kost onze aarzeling om van AI een Europees verhaal te maken?
Hetzelfde patroon zien we in de landbouw. Jarenlang steggelde de Europese Unie over nieuwe veredelingstechnieken zoals CRISPR, waarmee gewassen worden ontwikkeld die minder pesticiden nodig hebben, beter bestand zijn tegen droogte en beter omgaan met ziektes. Recent werd weliswaar een subklasse van de techniektoepassing toegelaten, maar de wetgeving is nog steeds een onwetenschappelijk en voorzichtig gedrocht, die veel veredelaars er alsnog van zal weerhouden om te innoveren in Europa.
Wat de risico’s zijn van nieuwe veredelingstechnieken is een terechte vraag. Maar minstens zo belangrijk is de vraag wat de risico’s zijn van landbouw waarin we de techniek niet inzetten om klimaatbestendige rassen te ontwikkelen? Die de ontwikkeling van zaden overlaat aan China en de Verenigde Staten in plaats van aan Seed Valley?
We zien het ook bij nieuwe voedingsmiddelen (novel foods), waar toelatingsprocedures vaak jaren duren. Op bezoek bij het Finse Solar Foods, een bedrijf dat zuiveleiwitten maakt met behulp van micro-organismen in plaats van dieren, leerden wij dat hun producten in Singapore in 8 maanden op de markt kwamen, terwijl de Europese toelating 4 jaar na de aanvraag nog steeds niet is behandeld.
Wat zijn de (sociale) risico’s van kweekvlees en fermentatie als nieuwe eiwitbron? Opnieuw, een terechte vraag. Maar wat zijn de risico’s van volledige afhankelijkheid van de Verenigde Staten en Zuid-Amerika voor soja voor ons vee of van volledige afhankelijkheid van China voor essentiële vitamines en mineralen in ons veevoer?
Het is belangrijk dat de Europese Unie gaat snappen dat niks doen of een innovatie niet invoeren ook risico’s en slachtoffers met zich meebrengt. Stilstand en voorzichtigheid in een veranderende wereld is een dreiging op zichzelf. Europa beoordeelt innovaties te veel op de risico’s van actie, en te weinig op de risico’s van passiviteit.
Europa heeft daarom behoefte aan een tweede principe naast het voorzorgsprincipe: een vooruitgangsprincipe. Bij iedere nieuwe technologie moeten we twee vragen stellen: wat zijn de risico’s als we deze innovatie toelaten? En wat zijn de risico’s als we haar niet ontwikkelen?
Zon vooruitgangsprincipe vraagt om meer ruimte voor experimenten. Meer sandboxen waarin nieuwe technologieën onder gecontroleerde omstandigheden kunnen worden getest. Snellere vergunningstrajecten voor strategische innovaties. Meer bereidheid om te leren tijdens het doen, in plaats van alles vooraf dicht te regelen.
Want een continent zonder lef wordt ingehaald door het lef van anderen. En dat risico kan Europa zich niet langer veroorloven.


Interessant, bedankt!